Erfbelastinginvullen.nl

De langstlevende en de wettelijke verdeling

Was de overledene getrouwd of had hij of zij een geregistreerd partner, waren er kinderen, en was er geen testament? Dan krijgt de langstlevende, de partner die achterblijft, de hele erfenis. Hoe u dan de erfbelasting voor de langstlevende en de kinderen berekent, volgt uit de wettelijke verdeling: in Nederland de meest voorkomende situatie, en voor de erfbelasting ook de meest verwarrende.

Hoe de wettelijke verdeling werkt

De partner en de kinderen erven ieder een gelijk deel: het deel van een kind heet het kindsdeel. Maar de hele erfenis, met alle bezittingen en schulden, gaat naar de partner. De kinderen krijgen in plaats van hun erfdeel een vordering op de partner: een bedrag dat de partner hun later moet betalen.

Die vordering is pas opeisbaar als de partner overlijdt. Daarnaast ook als de partner failliet gaat of in de schuldsanering komt, of in andere gevallen die de overledene in een testament heeft bepaald. Tot die tijd zien de kinderen dus geen geld.

De partner kan de wettelijke verdeling binnen drie maanden na het overlijden ongedaan maken, bij de notaris.

Waarom de kinderen nu al erfbelasting betalen

Voor de erfbelasting hebben de kinderen bij het overlijden iets geërfd: hun vordering. Zij moeten daar nu erfbelasting over betalen, ook al krijgen zij het geld pas veel later. Iedereen van wie het deel boven de vrijstelling uitkomt, moet aangifte doen: de partner en de kinderen.

Wie betaalt die belasting?

Volgens de Belastingdienst schiet de partner de erfbelasting van de kinderen voor. De kinderen krijgen wel zelf een aanslag, maar die wordt betaald door de executeur; is er geen executeur, dan betaalt de partner. Wat de partner voor een kind betaalt, gaat af van wat de partner dat kind later nog moet betalen. De vordering van het kind wordt dus kleiner.

Kiest de partner ervoor om een kind zijn erfdeel eerder uit te betalen, dan kan dat een schenking zijn waarover schenkbelasting betaald moet worden.

De rente op de vordering

Hier wordt het lastig. Een vordering waar u pas over twintig jaar uw geld van krijgt, is nu minder waard dan hetzelfde bedrag op de bank. Voor de erfbelasting wordt daarom gekeken of er rente op de vordering wordt betaald.

Dat voordeel van de partner wordt berekend als: het erfdeel × 6% × een factor die afhangt van de leeftijd van de partner. Hoe jonger de partner, hoe hoger de factor, omdat de kinderen dan langer moeten wachten.

Een voorbeeld van de Belastingdienst

Jonas (67) overlijdt zonder testament. Hij was in gemeenschap van goederen getrouwd met Angela (66). Zij hebben twee kinderen en samen een vermogen van € 600.000. De helft daarvan was al van Angela; de nalatenschap van Jonas is € 300.000. Angela en de twee kinderen erven ieder een derde: € 100.000.

Er is geen rente afgesproken. Bij Angela’s leeftijd hoort factor 8. Het voordeel van Angela is per kind € 100.000 × 6% × 8 = € 48.000.

Met de vrijstellingen erbij betalen de kinderen in dit voorbeeld dus over een veel kleiner bedrag dan hun volle erfdeel. Angela blijft met € 196.000 ruim onder haar partnervrijstelling.

Als daarna de partner overlijdt

Overlijdt later ook de partner, dan krijgen de kinderen hun vordering uitbetaald. Die vorderingen zijn een schuld van de nalatenschap van de partner, en gaan ervan af, net als een hypotheek. In de aangifte is dat vraag 5o: ‘Schuld aan verkrijgers eerder overleden partner’. Over het bedrag dat zij uitbetaald krijgen, betalen de kinderen niet opnieuw erfbelasting: dat is bij het eerste overlijden al gebeurd.

Van de vorderingen gaat af wat de partner al heeft terugbetaald, en de erfbelasting die de partner destijds voor de kinderen heeft voorgeschoten. Het bedrag van de vorderingen staat in de aangifte erfbelasting van het eerste overlijden. Hebt u die niet meer, kijk dan in de papieren van de notaris die de erfenis van toen heeft afgewikkeld, of vraag bij de Belastingdienst een kopie van die aangifte op.

Een rekenvoorbeeld en waar u het bedrag vindt, staan bij de vordering van de kinderen bij het tweede overlijden. Deze aftrek kan duizenden euro’s schelen. De rekenmachine vraagt ernaar zodra er kinderen erven. Was er bij het eerste overlijden een testament, of is er een rente afgesproken, dan hangt het bedrag af van die afspraken en van de leeftijd van de partner. Laat het dan door een notaris of belastingadviseur uitrekenen. Dat geldt ook als de eerste ouder vóór 1 januari 2003 overleed: de wettelijke verdeling bestaat pas sinds die datum, en daarvoor golden andere regels.

Wat onze rekenmachine hier doet

De rekenmachine rekent bij een partner en kinderen zonder testament met gelijke delen, zonder de correctie voor de rente. Voor de kinderen kan de uitkomst daardoor te hoog uitvallen, en voor de partner te laag. De rekenmachine zegt dat er ook bij: de uitkomst krijgt het label ‘benadering’. Het rapport rekent op dezelfde manier en zegt dat er ook bij. Voor een precieze berekening kunt u terecht bij een notaris of belastingadviseur.

Samenwonend zonder testament

De wettelijke verdeling geldt alleen voor getrouwde en geregistreerde partners. Wie samenwoonde zonder testament, erft volgens de wet niets van zijn of haar partner. Dat kan anders zijn als er in een samenlevingscontract iets over is afgesproken, bijvoorbeeld dat de langstlevende het gezamenlijke huis houdt.

Laatst gecontroleerd op .